DE7F06~1Omdat velen er naar vragen, organiseer ik weer eens de kaboutertocht,  ditmaal langs de overblijfselen, restanten en sporen in het landschap van de in het begin van de twintigste eeuw verdwenen kabouters/kaboten/kobolden.

In het boek KLEIN VOLK, over het leven van de kabouters, is de tocht beschreven op blz. 68.

De tocht is niet alleen een speurtocht naar de kabouters, maar vertelt ook veel over andere uit ons leven verdwenen mensen die vroeger de gehuchten op het platteland bezochten, zoals de rondreizende Teuten die stoffen verkochten, bijvoorbeeld de families Vroom, Dreesmann, Lampe, Voss en Brenninkmeyer.  Hier vergaarden ze hun eerste kapitaal door het haar van de boerinnen op te kopen en het te verkopen aan hoge heren die er pruiken van maakten.  En de Hessen die ijzerwaren verkochten en de wandelende joden met hun handelswaar. Maar ook de Roma en Sinti, die in Duitsland voor Ziehgauner werden uitgescholden, een scheldwoord dat in onze maar ook in de Duitse taal tot zigeuner werd verbasterd. Ze werden ook wel Egyptenaren (Engels: gypsies) genoemd.

 Het is ook een tocht door de geschiedenis van de mensen die leefden in de gehuchten en kleine dorpen tussen Peel en Maas, en een kennismaking met het door de geschiedenis gevormde landschap.

 

Samenkomst  bij de historische boerderij Lormans, Baarloseweg 34 te Helden-Dorp. Het huis is nu vooral een ruïne, wat des te jammer is omdat het een erkend monument is. In de boerderij zijn nog de zeldzame, met het in kleur variërend blauwsel van blauwknollen, beschilderde kalkmuren te zien. Deze blauwknollen werden vroeger gevonden in de voormalige moerassen tussen Helden en Baarlo, het gebied dat nu nog De Meeren wordt genoemd.  In het boek Klein Volk staan foto’s van deze boerderij op blz. 63.

 De wandeling  duurt ongeveer 2 tot 3 uur. Begin en einde van de tocht is bij boerderij Lormans. Voor wie niet kan wandelen, de te bezoeken plekken zijn ook per fiets en auto te bereiken. Dat houdt in dat deelnemers op de fiets of met de auto van locatie  naar locatie kunnen rijden en op de plekken kleine wandelingen kunnen maken.Tip voor de wandelaars: de plekken waar kabouters tot in de twintigste eeuw hebben gewoond, liggen in het bos. Daarom liever geen blote benen of open schoenen in verband met in het bos groeiend struweel.

Aan de wandeling zijn geen kosten verbonden.

De organisatie is in handen van de Bibliotheken Maas en Peel.

Datum: zondag 14 december. Vertrek bij de oude boerderij: om 13.00 uur.

Voor meer informatie: E: tonvanreen@planet.nl     www.tonvanreen.nl

 

 

 

Over kabouters

 

In vorige eeuwen werden mensen die anders waren, of die leden aan niet te bestrijden ziekten zoals pestlijders, lijders aan venerische ziekten en geestesziekten, verstoten. Men  was bang voor hen omdat ziekten, mismaaktheid en dood vaak werden gezien als straffen voor begane zonden. Ook was men bang voor vreemdelingen die kwaad zouden kunnen brengen, zoals de vele handelaren die dorpen en gehuchten bezochten, zoals joden, teuten en hessen, en de speellieden zoals bijvoorbeeld kermisreizigers en zigeuners. Men was bang voor alle kwaad waarvan men de oorzaak niet kende, vooral omdat men niet wist dat ziekten en plagen veroorzaakt werden door bacteriën en virussen. In alle kwaad zag men de hand van de duivel en van zijn aardse trawanten.

 Ook de kinderen die met afwijkingen werden geboren zag men als brengers of bodes van het kwaad, vooral de mongoloïde kinderen omdat zij de kinderen van de duivel zouden zijn omdat ze met het uiterlijk van Satan waren geboren. De levens van deze kinderen, die meestal  geheimgehouden werden en gewoonlijk werden verstoten, staan aan de basis van de vele verhalen over kabouters, de verstoten kinderen die leefden in de bossen maar toch meestal dicht bij de boerderijtjes van de mensen bleven die hen hadden weggejaagd maar die ze toch nodig hadden om te overleven. Vaak deden ze werkzaamheden voor hen, zoals het hoeden van de schapen, het werk op de akkers en zo meer. Gewoonlijk deden ze hun werk ver van de mensen en ook wel bij voorkeur ’s nachts omdat ze niet gezien wilden worden en omdat de mensen hen niet wilden zien.

  Onder deze groep van kleine, beter gezegd kleinere, mensen die kaboten of later kabouters werden genoemd, naar verbasteringen van het oudgermaanse kubla walda oftewel de kobold in het bos, mengden zich ook andere groepen van verstoten mensen. Vooral in de achttiende eeuw toen door grote hongersnoden, veroorzaakt door misoogsten, zeker dertig procent van de bevolking huis en haard verloor en verpauperd en opgejaagd rondzwierf. Deze dak- en thuislozen overleefden net als de kabouters vaak in bossen en in afgelegen gebieden. Daar kwamen ze met elkaar in contact. Vaak ontstonden er kleine leefgemeenschappen, die soms tot in de twintigste eeuw hebben bestaan.

  De verhalen over de kabouters komen niet voort uit de fantasie, maar zijn ontstaan in de harde werkelijkheid van het leven van mensen die door de onwetendheid en achterlijkheid van kerk en werelds bestuur veroordeeld werden tot een bestaan in de marge.

  Door onderzoek naar het verleden en het leven van de kabouters en door het bestuderen van de verhalen die over hen de ronde deden, is er veel over het leven van deze kleine mensen terug te halen. Het zijn spannende geschiedenissen die nodig moeten worden herbeleefd.

 

Ton van Reen.   

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten