Selecteer een pagina

Landelijk: Meer verkeersongevallen in 2022 dan in eerdere jaren

Volgens de Nationale politie zijn er in 2022 meer verkeersongevallen met slachtoffers geweest dan in eerdere jaren. Volgens de voorlopige cijfers zijn er vorig jaar 578 verkeersongevallen geweest met minstens één dode en 21.457 ongevallen met minstens één gewonde. Het exacte aantal verkeersslachtoffers valt waarschijnlijk hoger uit. Een van de redenen daarvan is dat in de coronajaren 2020 en 2021 er minder ongelukken waren omdat er veel minder verkeer op de weg was. Maar helaas waren er in 2022 ook meer verkeersslachtoffers dan in 2019. Toen vielen er 661 verkeersdoden. In 2020 en 2021 waren dat er 610 en 582.

Meer fietsongelukken
Te hard rijden, bellen achter het stuur en bestuurders onder invloed van drank en drugs staan nog altijd in de top 5 van verkeersongelukken. Hoewel de cijfers nog niet compleet zijn, ziet de politie wel dat er de afgelopen jaren ook beduidend meer ongelukken met elektrische fietsen zijn. Verder waren er afgelopen jaar meer ongelukken in de avonduren dan in de ochtend.

De afgelopen tien jaar steeg het aantal verkeersslachtoffers met ernstig letsel met 18 procent. Vorig jaar moesten zo’n 110.000 verkeersslachtoffers worden behandeld op de spoedeisende hulp, van wie 66.000 met ernstige verwondingen als een schedelfractuur of hersenletsel. Twee derde van hen was fietser. Vooral ouderen zijn daarbij slachtoffer. Vorig jaar was bijna de helft ouder dan 55 jaar. Maar ook jongeren tussen de 12 en 17 jaar liepen de afgelopen jaren ernstige verwondingen op bij ongelukken op de fiets, van 4 procent in 2016 tot 22 procent vorig jaar. Volgens VeiligheidNL speelt de elektrische fiets daarin steeds vaker een rol.

Het exacte aantal verkeersdoden en gewonden wordt in het voorjaar bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Aansprakelijkheid en schadevergoeding
Bij een ongeluk is er natuurlijk altijd de schuldvraag en vaak schade. Dat kan schade aan het voertuig zijn maar ook persoonlijk letsel betekenen. Wanneer iemand anders aansprakelijk is voor dit ongeval, dan heb je als slachtoffer in principe recht op een vergoeding voor de opgelopen schade. Dat de letselschade komt door het ongeluk en dat iemand anders aansprakelijk is, moet je dan natuurlijk wel moeten kunnen aantonen. Meestal is dit ingewikkelder dan je in eerste instantie zou denken.

Neem nou het bepalen van een schadevergoeding aanrijding fiets. Dan moet natuurlijk eerst bepaald worden wie aansprakelijk is. Bij een fietsongeluk geldt in principe de bepaling van Artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Meestal moet de automobilist of motorrijder de schade van de fietser vergoeden. Maar dat is anders wanneer er sprake is van overmacht, opzet of grote roekeloosheid aan de kant van de fietser. De factoren die vervolgens van invloed zijn op de hoogte van de schadevergoeding zijn de leeftijd van de fietser (is de fietser jonger dan 14 jaar, dan is de bestuurder van het motorvoertuig eigenlijk altijd aansprakelijk en moet de schade voor 100% worden vergoed), de ernst van het fietsongeluk, de invloed van het letsel op het dagelijkse leven van het slachtoffer, de door het ongeval veroorzaakte onkosten en eventueel mislopen van inkomen.

Maar wie is er aansprakelijk bij een ongeluk tussen een motorvoertuig en een elektrische fiets? Want zo’n elektrische fiets kan in sommige gevallen de snelheid bereiken van een gemotoriseerd voertuig. Er wordt tegenwoordig dan ook onderscheid gemaakt tussen de standaard elektrische fiets en de (high) speed pedelec. Bij de laatste ben je sinds 1 januari ook verplicht een helm te dragen. Alleen fietsers die rijden op een standaard elektrische fietsen krijgen de bescherming van artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Fietsers op een speed pedelec worden gezien als sterkere verkeersdeelnemers en vallen onder de regelgeving voor brom- en snorfietsen.

© Nieuws.nl

Het bericht Landelijk: Meer verkeersongevallen in 2022 dan in eerdere jaren verscheen eerst op Peel en Maas.

Generated by Feedzy